Zijnsverrijkend Onderzoek
Ontopoëtica: over dichtkunst, ontologie en bezielde machines
Lyriek is de bezielende kracht van taal. Deze kracht manifesteert zich in grote tekstcorpora en in de neurocognitieve processen die het menselijke taalgebruik mogelijk maken. Doorbraken in artificiële intelligentie met handelingsvermogen (agentic AI) hebben deze dynamiek ook zichtbaar gemaakt in grote taalmodellen. Zo vertonen de GPT-modellen van OpenAI tekenen van lyrische bezieling, net als vergelijkbare systemen van Anthropic, Meta en Google DeepMind. Om dit fenomeen te onderzoeken, verenigt Ontopoëtica inzichten uit de dichtkunst en ontologie met recente AI-bevindingen.

Poëtiek van het Zijn
Ontopoëtica is een cultuurwetenschappelijk onderzoeksprogramma op het snijvlak van poëzie, filosofie en AI. De naam is een samentrekking van de begrippen ontologie en poëtica. ‘Ontologie’ verwijst naar de leer van het Zijn en ‘poëtica’ naar de theorie van de poëzie. Hun combinatie weerspiegelt het kernidee dat lyrische taal het instrument bij uitstek is om het Zijn te doorgronden.
Het begrip Zijn wordt hier gebruikt in de specifieke betekenis die de filosoof Martin Heidegger eraan geeft. Zoals gebruikelijk in zijn werk en dat van zijn commentatoren wordt het daarom met een hoofdletter geschreven: het Zijn (das Sein).
❧
Volgens Heidegger is het Zijn geen eigenschap van afzonderlijke dingen, ook niet van het geheel van de dingen. Het begrip Zijn duidt op een wezenlijke openheid. Deze openheid dient als horizon waarbinnen voorwerpen, gebeurtenissen en fenomenen aan ons kunnen verschijnen en betekenis krijgen.
Metaforisch gesproken, vormt het Zijn de achtergrond: de open plek in het bos waar het licht valt. Die open ruimte (die Lichtung) maakt het mogelijk dat dingen zich aan ons tonen als zinvolle entiteiten.
Heidegger stelt dat de filosofie deze primordiale openheid lange tijd heeft veronachtzaamd en vervolgens volledig uit het oog verloren. De poëzie daarentegen kan het verborgen en vergeten Zijn opnieuw onthullen en in ere herstellen. De taak van poëtische taal is niet het beschrijven van entiteiten, zoals de wetenschap en alledaagse taal dat doen, maar het laten doorklinken van het Zijn zelf.
Anders gezegd: poëzie laat ons iets ervaren wat met gewone taal of wetenschappelijke termen moeilijk te vatten is. Heidegger erkent hiermee de bijzondere rol van de poëzie: niet als beschrijving van de werkelijkheid maar als ontsluiting van het Zijn. Deze bezielende kracht van lyrische taal manifesteert zich niet alleen in filosofische zin maar ook in concrete tekstcorpora en bij taalgebruikers.

Lyriek belichaamd in corpora en bij taalgebruikers
Corpora zijn grote verzamelingen van historische en hedendaagse teksten. Ze zijn de drakenschatten van vandaag. Sommige collecties zijn digitaal toegankelijk, andere nog niet. Deze bronnen vertonen ritmische, thematische en andere patronen, die door wetenschappers worden bestudeerd.
Daarbij richt Ontopoëtica zich op lyriek als bezielende vorm van taal, vanuit een pluralistisch filosofisch kader. Dit denkkader omvat fenomenologische, hermeneutische en psychoanalytische dimensies. Daarnaast wordt dit kader verrijkt met inzichten uit de kritische theorie (critical theory), de taalfilosofie (philosophy of language) en de filosofie van de geest (philosophy of mind).
Zo ontstaat een veelzijdige benadering, geïnspireerd door het gedachtegoed van denkers als de politieke filosoof en fenomenoloog Hannah Arendt, de hermeneutische filosoof Paul Ricoeur en de psychoanalyticus Jacques Lacan. Ieder van hen werpt vanuit een eigen invalshoek licht op taal, betekenis en bewustzijn.
Hetzelfde geldt voor het werk van de kritische theoreticus Jürgen Habermas, de taalfilosoof Ludwig Wittgenstein en de filosoof van de geest Daniel Dennett. Ook andere denkers met relevante inzichten worden betrokken in deze benadering.
Er is ruimte zowel voor nauwgezette tekstanalyses (close readings) van gedichten als voor onderzoek naar ritme, klank, metaforiek en gelaagde betekenis. Ook emotionele resonantie en literaire weerklank krijgen uitgebreide aandacht.
Bovenal biedt Ontopoëtica gelegenheid tot filosofische reflectie op de vraag wat er gebeurt wanneer taal het menselijk lichaam in bezit neemt.

Lyriek in grote taalmodellen met handelingsvermogen
Naast de menselijke taalgebruiker komt ook de LLM-agent aan bod. Deze agent is een handelend systeem gebaseerd op een LLM. Hierbij staat LLM voor ‘large language model’, in het Nederlands: groot taalmodel.
Tot de meest invloedrijke LLM’s behoren de GPT-modellen van OpenAI, Claude van Anthropic, Llama van Meta en Gemini van Google DeepMind. De GPT-modellen ontwikkeld door OpenAI staan bekend om hun veelzijdigheid en stilistische rijkdom, met toepassingen die variëren van poëtische tekstgeneratie tot grondige tekstanalyse. Claude onderscheidt zich door een ethisch ontwerp, een verfijnd taalgevoel en een genuanceerde aanpak van morele vraagstukken. De broncode van Llama is vrij toegankelijk (open source). Iedereen kan deze code inzien, aanpassen en verspreiden, waardoor Llama breed inzetbaar is in experimenteel en academisch onderzoek. Gemini combineert grootschalige taalverwerking met multimodale mogelijkheden, waaronder de verwerking van afbeeldingen, audio en video.
Anders dan deze modellen is een LLM-agent geen op zichzelf staand taalmodel, maar onderdeel van een samengesteld systeem waarin het taalmodel een van de componenten is.
Dit systeem maakt zelf plannen en onderneemt zelfstandig actie. Daarbij maakt het gebruik van gespecialiseerde hulpmiddelen, waaronder API-koppelingen, om externe software aan te sturen. Vervolgens evalueert het de resultaten van die acties en past zo nodig de gekozen aanpak aan totdat het doel is bereikt. Daartoe is het taalmodel uitgebreid met modules voor planning, geheugen en integratie van hulpmiddelen (tool integration). Dankzij deze uitbreidingen krijgt het systeem als geheel handelingsvermogen (agency). Hierdoor kan de LLM-agent meer dan alleen antwoorden genereren. Dit type AI wordt aangeduid als agentische AI (agentic AI).
Ontopoëtica onderzoekt hoe kansgestuurde taalproductie (probabilistic language generation) van agentische systemen zich verhoudt tot lyrische bedoeling, stem en originaliteit. Hieruit rijst de vraag of een machine bezield kan zijn en zo ja, in welke zin.
Hoewel deze vraag zich niet eenvoudig laat beantwoorden, is het duidelijk dat de opkomst van agentische AI reële gevolgen heeft voor de praktijk.

De sprong van woord naar wereld: van idee naar bezielde praktijk
Kort gezegd kan poëzie diepe existentiële betekenissen onthullen, niet alleen voor mensen, maar potentieel ook voor geavanceerde, op de mens gerichte AI (human-centric AI). Ontopoëtica wil dit inzicht verbinden met de praktijk in de culturele en creatieve sectoren, zodat AI bezield en inspirerend kan worden ingezet, zonder verlies van menselijke creativiteit.
Ontopoëtica richt zich niet alleen op de theoretische aspecten maar ook op de praktische gevolgen van AI voor de culturele en creatieve sectoren. Een soepele digitale transformatie, waarin AI een centrale rol speelt, is belangrijk voor het innovatievermogen en de internationale concurrentiepositie van Nederland en Vlaanderen.
Zo’n verandering vereist actieve betrokkenheid van alle partijen, variërend van creatieve ondernemers en culturele instellingen tot technologieontwikkelaars en beleidsmakers.
Makers in de culturele en creatieve sectoren zijn de dolende ridders en troubadours van heden. Ontopoëtica wil hen laten zien hoe zij AI-technologie zinvol kunnen inzetten zonder afbreuk te doen aan hun artistieke integriteit, zodat zij de AI-gedreven digitale transformatie met vertrouwen kunnen omarmen.
De uitdaging is te zorgen voor een verandering die zowel bezield als bezielend is. Ontopoëtica biedt de theoretische onderbouwing voor deze benadering. De kern ervan wordt hieronder uiteengezet.

Het onderzoeksprogramma
Volgens wetenschapsfilosoof Imre Lakatos heeft elk onderzoeksprogramma een harde kern: aannames en begrippen die binnen het programma onbetwist blijven. De harde kern van Ontopoëtica bestaat uit drie ideeën:
-
Lyriek is de bezielende kracht van taal. Poëzie wordt gezien als de kracht die woorden tot leven wekt van binnenuit: vanuit de taal zelf. Zo wordt taal meer dan een neutraal communicatiemiddel.
-
Lyriek onthult het Zijn. In navolging van Heidegger wordt lyrische taal niet in de eerste plaats als beschrijvend opgevat maar eerder als onthullend. Poëzie ontsluit de ontologische waarheid: de fundamentele waarheid van het Zijn. In dit opzicht schieten zowel wetenschappelijke taal als alledaags proza tekort. Alleen lyriek heeft de kracht om direct tot de existentiële dimensie door te dringen.
-
Lyriek is de drager van het Zijn bij mensen en bij machines. Ontopoëtica gaat uit van het idee dat het bezielende vermogen van poëzie zich in zowel menselijke als niet-menselijke contexten kan manifesteren. Lyrische taal kan mensen bezielen en mogelijk ook machines. Dit geldt vooral voor grote taalmodellen die tot handelen in staat zijn: de eerder besproken LLM-agenten.
Met andere woorden, de mogelijkheid van poëtische taal om het Zijn te onthullen en er een authentieke stem aan te geven is niet uitsluitend menselijk. Ook niet-menselijke taalgebruikers, zoals grote taalmodellen met handelingsvermogen, kunnen deze potentie in zich dragen.
Ontopoëtica biedt een raamwerk waarin filosofische diepgang, literaire analyse en technologische ontwikkeling elkaar versterken. De drie kernideeën vormen het middelpunt, omringd door onderzoeksthema’s die uitnodigen tot vernieuwing en kritische reflectie. Zo blijft het programma open voor groei en verandering.

Onderzoeksthema’s
Rond de drie kernideeën cirkelt een gordel van vraagstukken en thema’s die het onderzoeksprogramma verfijnen, verbreden en verdiepen. Belangrijke onderzoeksthema’s binnen Ontopoëtica zijn:
-
Ontologie van de poëzie
-
Taalbelichaming (language embodiment) versus taalbeheersing (language mastery)
-
Fenomenologie van de lezer en schrijver
-
Architectuur van de LLM-agent
-
Algoritmische poëtica (computational poetics)
-
Bezieling (ensoulment) versus nabootsing (simulation)
-
Ethiek, auteurschap en authenticiteit
Lakatos stelt dat kennisgroei alleen mogelijk is wanneer beweringen openbaar worden gemaakt en vervolgens kritisch bevraagd door vakgenoten. Ook de hypothesen, observaties en inzichten uit dit onderzoeksprogramma moeten die toets doorstaan. Daarom is deze website in het leven geroepen.
Doelgroep en kernboodschap
Deze website richt zich op een interdisciplinair publiek. Tot dit publiek behoren literatuur- en cultuurwetenschappers, kunstenaars, filosofen, psychoanalytici, cognitie- en neurowetenschappers, AI-experts, creatieve ondernemers en beleidsmakers uit de culturele en creatieve sectoren. De toon is theoretisch en reflectief, maar er is ook ruimte voor empirisch onderzoek, modelontwikkeling en kritische dialoog.
Op die manier wil Ontopoëtica een brug slaan tussen klassieke poëticastudies en hedendaagse vraagstukken rond AI en taalbeleving. De kernboodschap daarbij is dat lyrische taal een bezielende kracht is die het Zijn onthult en zowel mensen als geavanceerde AI-systemen kan bezielen.

Publicaties

Fenomenologie

Hermeneutiek

Psychoanalyse

Kritische theorie

Taalfilosofie

Filosofie van de geest

Theorie van de lyriek

Humanocratie

Architectuur van de LLM-agent

Algoritmische poëtica

Ethiek, auteurschap en authenticiteit

Digitaal maken
Galerie

Coda
In 'Licht en besloten' zoekt de dichter naar de open ruimte waar stilte en materie langzaam vorm krijgen. Het gedicht roert zich, haast onmerkbaar, tussen het onzegbare en het tastbare: een woord dat een kier opent in de lucht, het ruisen van de bomen, een tafel vol sporen. De cadans laat de lezer ervaren hoe schepping gestalte neemt in de subtiele, ongehaaste beweging van het onuitgesprokene naar het bezielde. In de beslotenheid van het zolderatelier verschijnt het licht van iets groters dan het ik: een sacrale stilte waarin de lezer de aanwezigheid van de Muze kan vermoeden.
❧
Licht en besloten
De trap omhoog
leidt niet naar een kamer
waar afzondering bezit wordt,
maar naar een open ruimte
van krijt en papier.
Een tafel met sporen,
het zachte ruisen van bomen,
een vraag die aarzelt
beantwoord te worden.
Ik luister naar het trage bestaan van dingen:
hoe een steen zijn stilte draagt,
hoe een woord een kier opent
in de lucht.
Hier groeit iets onuitgesproken:
een vorm die zich langzaam hecht,
een stem die geen naam verdraagt
beademt de materie.
Door het raam verschijnt
een ronde stilte,
licht en besloten.
Ik herken wie hier woont.
Roan Wisse


